standaard letters
grote letters
extra grote letters
DE SCHILDKLIER

 

De schildklier is een vlindervormig orgaan dat zich laag onder in de hals bevindt. Het ligt vlak boven het kuiltje tot onder het strottenhoofd als een schild om de luchtpijp heen.

De schildklier produceert schildklierhormonen die de stofwisseling reguleren. Als de schildklier te veel of te weinig hormonen produceert, werkt de stofwisseling respectievelijk te snel of te langzaam. Je zou kunnen zeggen dat de schildklier als het ware de 'thermostaat' van het lichaam is die het gehele metabolisme (stofwisseling) reguleert.

Als er teveel schildklierhormoon aan het bloed wordt afgegeven, gaat de thermostaat omhoog, waardoor het hart sneller kan gaan kloppen en de spijsvertering sneller gaat werken. Door de verhoogde verbranding van voedingsstoffen krijgt men het erg warm en verliest men daardoor soms ook gewicht.

Als er te weinig schildklierhormoon wordt geproduceerd dan zijn de reacties omgekeerd: het metabolisme als verbrandingsmotor heeft dan ‘startproblemen’ want de stofwisseling komt nauwelijks op gang en daardoor heeft men het heel erg koud.

De schildklier is tevens een schakel tussen allerlei hormonale processen. De bijnieren bijvoorbeeld en andere hormoonproducerende klieren, reageren eveneens op schildklierhormoon in de ingewikkelde keten van actie en reactie. Deze hormonale as (Hypothalamus/Hypofyse/Bijnier) kan soms verstoord zijn bij een te snel- of te langzaam werkende schildklier dat allerlei nadelige gevolgen voor de gezondheid kan hebben, o.a. verstoorde menstruatiecyclus, verstoorde suikerhuishouding en psychische klachten zoals snel geïrriteerd zijn of depressie.

Patiënten kunnen in stilte lijden, want het is immers een onzichtbare ziekte (behalve als men daarbij de oogziekte in uitpuilende vorm heeft heeft). Aan het uiterlijk van de patiënt en zijn of haar ogenschijnlijk normaal functioneren valt dus doorgaans niks op te merken. Door de psychosociale aspecten en wisselende lichamelijke klachten welke een klierige klier met zich meebrengt kunnen patiënten bovendien verkeerd begrepen worden en kan het effect van de ziekte op de kwaliteit van leven van de patiënt flink worden onderschat.

Het is verbazingwekkend dat zo'n klein orgaan zo'n belangrijke rol speelt en dat wij daar doorgaans niets van merken.

Te snel werkende schildklier
De medische term voor een te snel werkende schildklier luidt 'Hyperthyreoïdie'. 'Hyper' staat voor 'te veel' en 'thyreoïdie' komt van de Griekse woorden 'thyreo' + 'eides', welke naar de vorm van een schild verwijzen. De schildklier is meestal vergroot bij mensen met een te snel werkende schildklier. Dat is te zien aan een verdikking laag onder in de hals (de plek waar de schildklier zich bevindt).
De medische term voor een opgezette schildklier is ‘struma’. Bij de ziekte van Graves is het zwellen van de schildklier meestal gelijkmatig van aard, dit wordt een diffuus struma genoemd.

Een struma kan ook optreden bij andere schildklieraandoeningen en is dan meestal niet diffuus van aard (men spreekt dan van knobbels of nodulen, dat zijn lokale verdikkingen van schildklierweefsel die te veel schildklierhormoon produceren). De ziekte van Graves kan overigens ook optreden bij patiënten zònder dat er sprake is van een zichtbaar struma.

In de beginfase van een te snel werkende schildklier kunnen de symptomen duidelijk aanwezig zijn, maar dit verschilt per patiënt want ze doen zich meestal niet allemaal tegelijkertijd voor. Soms heeft men een te snelle polsslag, dat zijn méér dan 80 hartslagen per minuut in rust tot soms wel 140 hartslagen per minuut. Men spreekt dan van een schildklierstorm.

Andere klachten zijn overmatig transpireren, last van de warmte, beven, hartkloppingen, kortademigheid bij inspanning, veel eten maar toch of afvallen (of niet aankomen), warm-vochtige trillende handen en vingers, struma, onrustig, zenuwachtig/nerveus, druk gejaagd, overactief ondanks vermoeidheid. Spaarzame menstruatie die ook kan wegblijven, diarree / brijachtige ontlasting.
Ook kan een patiënt klagen over een gevoel van zandkorrels in de ogen of een branderig gevoel, wat een duidelijke aanwijzing is voor de oogziekte van Graves.

De te snel werkende schildklier jaagt het hele systeem op, de stofwisselingsprocessen in het lichaam verlopen sneller, dit vreet energie. Daarom klaagt de patiënt meestal over moeheid terwijl deze juist een overactief schema van dagelijkse activiteiten laat zien. Daarom wordt vaak de indruk gewekt dat een patiënt overspannen is en het maar eens wat rustiger aan moet doen. Op zich een goed advies, behalve als de diagnose gemist wordt natuurlijk.

Te langzaam werkende schildklier
De medische term voor een te langzaam werkende schildklier luidt: Hypothyreoïdie. 'Hypo' staat voor 'te weinig'. Nu werkt de stofwisseling dus te langzaam. Dit heeft net zoveel nadelige gevolgen als die van een te snel werkende schildklier, maar nu zijn sommige klachten tegenovergesteld van aard.

Een te langzaam werkende schildklier ontstaat vaak na een behandeling voor een te snel werkende schildklier. Een trage werking kan ook bij andere schildklierziekten ontstaan zoals de ziekte van Hashimoto, eveneens een auto-immuun vorm, waarbij de schildklier te langzaam gaat werken. Ongeveer in 5% van de gevallen ontstaat er bij de ziekte van Graves direct in het begin een hypothyreoïdie. Dit komt dan omdat de antistoffen de schildklierwerking dan juist blokkeren in plaats van stimuleren.

Doordat de 'thermostaat' van de stofwisseling bij hypo te laag staat afgesteld, wordt men heel kouwelijk en de temperatuur wil maar niet omhoog (heel zelden kan men het juist tòch erg warm hebben). Door de vertraagde spijsvertering stagneert het voedsel in de darmen waardoor obstipatie en harde ontlasting ontstaan. Soms ontstaat een verminderde eetlust maar door te trage verbranding komt men toch aan in gewicht. Meestal is men erg moe, men voelt zich snel slaperig of suf. Lichamelijke inspanning wordt zoveel mogelijk vermeden, want men is zelfs uitgeput na eenvoudige activiteiten (zoals trap oplopen, boodschappen doen, vaatwasser uitruimen, douchen, haar kammen).

Bij hypothyreoïdie houdt men vocht vast of heeft men een 'pafferig' gezicht, soms heeft men daarbij een gelige huid. De medische term hiervoor is myxoedeem. Bepaalde stoffen hopen zich op in de huid (mucoïde infiltratie) doordat het metabolisme vertraagd is. Daardoor ontstaat een 'wasachtige' zwelling waar geen putjes in kunnen worden gedrukt. De term myxoedeem wordt ook gebruikt als synoniem van een ernstige hypothyreoïdie. Tegenwoordig wordt de term in de hoedanigheid van hypothyreoïdie minder gebruikt.

Men heeft doorgaans een droge huid en kan last krijgen van haaruitval (soms ook van de buitenste helft van de wenkbrauwen: het Hertoghe syndroom). Patiënten kunnen last krijgen van chronische spierpijn, krachtverlies, kortademigheid, benauwdheid en tintelingen in de ledematen. Eveneens kan men pijn op de borst krijgen (Angina pectoris), dat ontstaat bij inspanning of in de kou door een vernauwing van de kransslagaderen. Ook de bloedvaten in de benen kunnen aangedaan zijn, waardoor pijn ontstaat in de kuiten.

Vrouwen krijgen soms te kampen met hevige menstruatie (buikpijn, langdurend en veel bloedverlies). Men kan verminderd vruchtbaar zijn en een zwangerschap eindigt soms in een miskraam. PMS, gezwollen, pijnlijke en gespannen borsten zijn ook mogelijk. (In een zeldzaam geval kan er spontane melkafscheiding ontstaan).

Schildklier Antistoffen
Patiënten met de ziekte van Graves maken afweerstoffen tegen hun eigen schildklier. Één van deze antistoffen wordt ‘Thyreoïd Groei Stimulerende Immunoglobine’ genoemd, in het Engels: ‘Thyroïd Stimulating Immunoglobulins’ afgekort TSI.
TSI antistoffen stimuleren de schildklier tot overmatige productie van het schildklierhormoon (de antistoffen stimuleren de TSH receptoren op de schildklier) en veroorzaken de snelle schildklierwerking (hyperthyreoïdie) en soms ook de overmatige groei van de schildklier wat leidt tot een struma (verdikking van de schildklier in de hals). In zeldzame gevallen kunnen deze afweerstoffen er net iets anders uitzien, waardoor ze de werking van de schildklier juist remmen en er een tekort aan schildklierhormoon ontstaat.

Schildklier onder de microscoop

Normaal Graves Hashimoto

Schildklier antistoffen spelen een rol bij de ontsteking
Zowel de ziekte van Graves als Hashimoto (beide autoimmuunziekten) beschadigen het schildklierweefsel door de jarenlange ontstekingsreactie.

Daarnaast hebben de meeste patiënten ook antistoffen tegen een ander schildkliereiwit, het ‘Schildklier PerOxidase’ in het Engels: ‘Thyroid PerOxidase’ afgekort tot TPO. Deze antistoffen hebben echter geen invloed op de functie van de schildklier, maar geven wel aan dat er een auto-immuunontsteking van de schildklier bestaat. Ze komen ook heel vaak bij volkomen gezonde personen voor (bij wel 30-50% van de gezonde vrouwen).

anti-TPO anti-TG