|
standaard letters
grote letters
extra grote letters
![]() DIAGNOSE
VAN DE SCHILDKLIERAANDOENING
Schildklierhormoon
bepaling
Bij een vermoeden van een te snel werkende schildklier zal de huisarts of de internist meestal eerst de schildklierwaarden onderzoeken. Deze bepaling wordt gedaan middels het afnemen van een buisje bloed. Men hoeft hiervoor niet nuchter te zijn of andere zaken te doen of te laten. De afname kan dus op elk moment van de dag geschieden. Om de hoeveelheid schildklierhormonen te bepalen worden de twee hoofdbestanddelen van bloed: de bloedcellen en het bloedserum gescheiden. In het bloedserum bevindt zich het Schildklier Stimulerend Hormoon -TSH- dat door de hypofyse (een kliertje in de hersenen vlak achter de ogen) wordt aangemaakt èn het schildklier hormoon. Meestal wordt het vrij schildklierhormoon bepaald: FT4 en FT3, dat is het schildkier hormoon in het bloed dat in het lichaam direct beschikbaar is voor gebruik (zie 'De ziekte van Graves' -> De schildklier).
Bij de ziekte van Graves ziet men doorgaans een verlaagd TSH en verhoogde schildklierhormoon T4 en T3 waarden. Heeft men echter een te langzaam werkende schildklier, dan is het vaak andersom, dan is de TSH verhoogd en zijn de schildklierhormonen T4 en T3 verlaagd. Ook worden bij bloedonderzoek de zogenaamde ‘antistoffen’ bepaald die kunnen voorkomen bij Graves. Één van deze antistoffen wordt Schildklier Stimulerende Afweerstoffen genoemd, bekend als Thyreoïd Stimulerende Immunoglobine, afgekort TSI. Er zijn referentiewaarden voor al deze hormonen die aangeven of een
schildklier ‘normaal’ functioneert. Let
wel: Als de bloedwaarden binnen de referentiewaarden zijn, wil dat
echter niet zeggen dat een
patiënt zich ook goed voelt, ook niet als een patiënt voor
de ziekte reeds uitbehandeld is. Belangrijk is dat eventuele nog bestaande
restklachten altijd aan de arts worden gemeld en dat niet vanzelfsprekend
wordt aangenomen dat de patiënt ‘beter’ is als de
gemeten bloedwaarden aan de standaarden voldoen. · Afbeelding referentieschema op blz. 25 van boekje De oogziekte van Graves. Normaal, verhoogd of verlaagd? · Afbeelding referentieschema op blz. 36 van boekje De oogziekte
van Graves. Zie voor meer uitleg over interpretatie van de bloedwaarden het boekje ‘Graves
Informatie’ bij ‘Publicaties en Artikelen’. De endocrinoloog zal de schildklier verder onderzoeken middels lichamelijk en afbeeldend onderzoek. De arts kijkt eerst naar de schildklier en bevoelt deze waarbij u gevraagd kan worden te slikken. Er wordt gekeken naar de aard en grootte van de zwelling van de struma. Is deze diffuus of zijn er één of meerdere knobbels (noduli) aanwezig? De schildklier wordt ook beoordeeld op consistentie, de beweeglijkheid en de samenhang met de huid of onderliggende weefsels. Bij verdenking op hyperthyreoïdie kan de arts ook nog luisteren of er een geruis is over de schildklier. Hoort de arts dat geruis, dan bewijst dat de aanwezigheid van hyperthyreoïdie. Middels afbeeldend onderzoek zoals een echografie van de schildklier en/of een schildklierscan kan vervolgens verder onderzocht worden wat de precieze aard en activiteit is van het verstoorde schildklierweefsel. Echografie van de schildklier Nucleaire diagnostiek schildklierfunctie Bij het ene orgaan gaat dit snel en kunnen bij de patiënt meteen
foto's worden gemaakt (scintigram of scan), dit is ook afhankelijk
van de aard van de radioactiviteit. Bij andere organen duurt de opname
langer en kan er pas later een scan gemaakt worden. Zo'n scan wordt
dan gemaakt met behulp van een camera die de uitgezonden straling opvangt
en omzet in signalen waardoor er een plaatje van gemaakt kan worden.
Voor de diagnostiek wordt in het algemeen gebruik gemaakt van 'kort
levende' isotopen (die zijn weer snel het lichaam uit of verliezen
snel hun radioactiviteit) in een lage dosering. Dit om de radioactieve
dosis zo laag mogelijk te houden. Als u zwanger bent, of bij vermoeden
van zwangerschap dient u dit voorafgaand aan de onderzoeken te melden
bij uw arts. Schildklierscan (scintigrafie) of Uptake Hiervoor krijgt u een kleine hoeveelheid van een licht radioactieve
stof, het jodium 123 in een drankje (oraal) of intraveneus (in de arm)
toegediend. Na de injectie voelt u van deze stof verder niets. Bij
het meten zit u op een stoel met een zogenaamde detector, een Gammacamera,
voor uw hals om de activiteit in de schilklier te meten, dit is de
Uptake. Gemeten wordt hoeveel van het Jodium door de schildklier is
opgenomen. Met behulp van een computer waarmee de gammacamera verbonden
is worden de opgenomen gegevens verwerkt tot een foto van de schildklier(scintigram).
|