Bètablokkers
Omdat de meeste klachten van het te veel aan schildklierhormoon veroorzaakt
worden door overprikkeling van het perifere zenuwstelsel, levert
een blokkering hiervan met een bètablokker (middel dat de
bloeddruk regelt) vaak een snel en gunstig resultaat. Het is weliswaar
symptoom bestrijding, maar kan goed de fase overbruggen totdat het
effect van de echte schildklierremmers intreedt. Omdat het middel
de bloeddruk verlaagd en de hartslag vertraagt werkt het vooral goed
tegen hartkloppingen, nervositeit, klamme huid etc. (Het wordt bijvoorbeeld
ook wel gebruikt door musici die vlak voor een concert erg zenuwachtig
zijn). Er zijn vele soorten bètablokkers, die hiervoor gebruikt
worden.
Verschillende behandelvormen
Om de te snel werkende schildklier af te remmen kan door de arts en
patiënt gekozen worden voor één van de volgende
behandelvormen:
- Schildklierremmende medicijnen (Strumazol, PTU) en Schildklierhormoon
(Thyrax, Euthyrax, Eltroxin)
- Radio-Actief Jodium (RAJ) ook wel ‘De
Slok’ genoemd
(medische term: J 131)
- Een schildklieroperatie
Het afremmen van de schildklier
De medicamenteuze behandeling van een te snel werkende schildklier
is hetzelfde bij patiënten met of zonder oogklachten. De arts
zal een schildklierremmend middel voorschrijven. Merknamen zijn Strumazol,
Carbimazol en Propylthiaouracil (PTU).
Meestal wordt een tablet één maal daags ingenomen. (Bij
PTU zijn het meerdere tabletten verdeeld over de dag). Hierdoor zal
de schildklierfunctie volledig afgeremd worden, zodat de schildklier
zal stoppen met de hormoonproductie.
(Gedeeltelijk afremmen van de schildklier is moeilijker te controleren,
omdat de schildklier het ene moment meer hormonen produceert dan het
andere moment).
Aangezien een mens zonder schildklierhormoon niet kan functioneren,
wordt na verloop van tijd door de arts naast de afremmers, schildklierhormoon
voorgeschreven, de zogenaamde combinatietherapie. Dit gebeurt zodra
de hyperende bloedwaarden zijn genormaliseerd.
Het schildklierhormoon bestaat uit één of meerdere pilletjes
die eenmaal daags op nuchtere maag (meestal voor het ontbijt) worden
ingenomen. Als na een jaar wordt gestopt met de medicijnen en de schildklierfunctie
daarna voor een jaar normaal blijft dan kan de ziekte definitief in
remissie zijn. Voor de helft van de patiënten blijkt dat de ziekte
na verloop van tijd toch weer actief kan worden en de schildklier weer
te snel gaat werken.
Men kan er dan voor kiezen om de schildklierwerking voor nòg
een jaar te onderdrukken. Daarna zal opnieuw gestopt worden met schildklierremmers
en worden de bloedwaarden wederom scherp in de gaten gehouden. Schildklierremmers
kunnen jarenlang ingenomen worden. Soms blijkt na zo'n lange periode
dat na staken van de remmers, de schildklier te langzaam werkt. De
oorzaak daarvan is waarschijnlijk een geleidelijke verwoesting van
de schildklier door de chronische auto-immuun ontsteking veroorzaakt
door de schildklier stimulerende antistoffen (TSI).
Bijwerkingen schildklierremmers
Schildklierremmers hebben soms bijwerkingen, maar deze zijn zeldzaam
en komen meestal alleen voor bij een hoge dosis. Soms heeft men een
metaalachtige smaak in de mond, gewrichtspijn of een allergische
reactie zoals huiduitslag en jeuk, die meestal na een tot twee weken
verdwijnt of men stapt over op een andere schildklierremmer. Hierna
verdwijnt het probleem meestal.
Soms ontstaan er klachten van hoge koorts en keelpijn. Als deze bijwerkingen
zich voordoen dan is dit doorgaans direct in de eerste maanden van
behandeling. De oorzaak hiervan is het tijdelijk verdwijnen van de
witte bloedlichaampjes, (agranulocytose) waardoor men verhoogd vatbaar
is voor ernstige ontstekingen. Dan moet direct een arts worden geraadpleegd
en het bloed onderzocht worden. Bij het staken van de behandeling met
schildklierremmers herstellen de witte bloedlichaampjes zich weer snel.
Definitieve behandeling
Andere behandelvormen zijn definitief van aard, dat wil zeggen dat
de schildklier geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd middels een
schildklieroperatie of dat de schildklierfunctie wordt vernietigd
door het radioactief jodium. Men dient zich hierbij te realiseren
dat door het geheel of gedeeltelijk verwijderen of uitschakelen van
de schildklier de auto-immuun ziekte niet verdwenen is. Antistoffen
kunnen nog aanwezig zijn in het bloed. Men kan nog steeds vatbaar
zijn voor aanverwante aandoeningen en door uitval van de schildklierfunctie
kan het stofwisselingsgestel nog meer verzwakt raken, ondermeer vanwege
het feit dat daarna een kunstmatig hormonaal evenwicht in stand moet
worden gehouden dat zich voor sommigen moeilijk laat reguleren.
Anderzijds kan een langdurige moeilijk te onderdrukken hyperthyreoïdie
ook slopend zijn en daarom zal een zorgvuldige afweging gemaakt dienen
te worden door arts en patiënt m.b.t. de ernst van de situatie
van dat moment.
De Slok
De medische term voor het radioactief jodium (RAJ) dat wordt toegepast
ter definitieve behandeling van een hyperactieve schildklier bij de
ziekte van Graves is J-131. (De J staat voor Jodium, in het Engels
is dit een I van Iodine).
Het J-131 wordt hierbij oraal toegediend middels een capsule dat wordt
ingenomen met een paar slokjes water (vroeger was het radio actief
jodium ook in vloeibare vorm): 'De Slok'.
Het radioactief jodium zal via de maag worden opgenomen in het bloed
en vervolgens worden verzameld in de schildklier alwaar het zijn vernietigende
werk doet. De levensduur van jodium 131 is relatief kort: het verliest de helft van zijn radioactiviteit in acht dagen, waardoor de straling slechts enkele dagen werkzaam is. Het RAJ is voor het merendeel na twee weken uit
het lichaam verdwenen, wat in die tijd niet wordt opgenomen door de
schildklier, verlaat het lichaam voornamelijk via de nieren en de blaas.
Deze scintiscan is gemaakt van een totale bodyscan na een intraveneuze
injectie met radio actief jodium (dit is dus niet voor diagnose van
een te snel werkende schildklier van toepassing). U kunt goed zien
hoe de radioactiviteit zich verspreid in het lichaam, dat zich na
verloop van tijd uiteindelijk verzamelt in de schildklier.
Per ziekenhuis verschilt de methode en/of de dosis toegediende RAJ.
Er zijn twee gangbare methodes, ofwel men berekent door een zogenaamde
uptake de hoeveelheid RAJ dat nodig is om de hyperactiviteit van de
schildklier te doen afnemen, dan wel wordt er een standaard dosering
gegeven.
Na beide methodes is het 3 tot 6 maanden afwachten of het gewenste
resultaat, een 'normaal' werkende schildklier, is bereikt. Zo niet
dan is het mogelijk om nogmaals een RAJ behandeling te ondergaan. Tien
jaar na een behandeling met RAJ heeft het merendeel van de patiënten
een te traag werkende schildklier ontwikkeld. Men zal dan voor de rest
van het leven met een traag functionerende- of niet actieve schildklier
door het leven moeten gaan.
Alhoewel veel patiënten na een slok het leven weer prima kunnen
oppakken
en vrouwen erna gewoon zwanger kunnen worden, zijn er ook patiënten
die ten gevolge van de slok in méér of mindere mate kunnen
lijden aan de gevolgen van een verzwakte stofwisseling. Dit lijkt vooral
te gebeuren bij patiënten die meerdere slokken hebben gehad of
een grote hoeveelheid J-131 in één keer.
Sommige patiënten ervaren de verharding van de schildklier in
de keel ten gevolge van de behandeling met J-131 als onaangenaam en
soms pijnlijk.
Ook kan de slok in sommige gevallen de oogziekte verergeren. Dit komt
omdat het opgeslagen schildklierhormoon in de afstervende schildkliercellen
niet langer kan worden vastgehouden en zodoende in verhoogde concentraties
terechtkomt in de bloedbaan. Dit kan leiden tot een toename van de
ontstekingsreactie achter de oogbollen. Er zijn binnen de vereniging
en op internet meerdere gevallen bekend van Graves patiënten die
voor de slok geen oogklachten hadden maar erna binnen een paar maanden
tijd een ernstige uitpuiling kregen. Patiënten melden dan ook
dat sommige artsen terughoudend zijn in het voorschrijven van deze
definitieve behandeling, terwijl andere artsen ervoor zullen kiezen
om tegelijkertijd een hoge dosis prednison te geven (afnemend in dosering
over meerdere maanden) om de ontstekingsreactie achter de oogbollen
te onderdrukken. Aangezien zware prednisonkuren ook bijwerkingen hebben,
zullen de voor- en nadelen van elke behandelvorm tegen elkaar afgewogen
dienen te worden. Overgaan tot een definitieve behandeling kan een
moeilijke beslissing zijn voor een patiënt, aangezien de al dan
niet gewenste gevolgen ervan niet meer kunnen worden teruggedraaid.
Ondanks het feit dat radioactief jodium over het algemeen twee weken
na behandeling het lichaam heeft verlaten mag er uit veiligheidsoverwegingen
gedurende en na de periode van behandeling met RAJ tot 6 maanden
erna, GEEN zwangerschap optreden aangezien de radioactiviteit de
vrucht kan beschadigen.
Schildklieroperatie
Ook een gedeeltelijke- of gehele schildklieroperatie is definitief
en kan ingrijpend zijn. Het is een alternatief voor de slok, indien
het struma groot is, er actieve oogklachten bestaan, of als men 'haast'
heeft (bijvoorbeeld bij een schildklierstorm die niet kalmeert ondanks
bètablokkers of zwangerschapswens): immers de hyperthyreoïdie
is de dag na de operatie over.
Het risico bij een schildklieroperatie is dat ook de bijschildklieren
per ongeluk kunnen worden verwijderd. De bijschildklieren verzorgen
een belangrijke functie: de calciumhuishouding. De 4 à 5 bijschildkliertjes
zijn zo klein als een rijstkorrel en bevinden zich achter of gedeeltelijk
in de schildklier en zijn moeilijk te onderscheiden van het overige
weefsel.
Mocht dit gebeuren dan zal de patiënt gedurende de rest van haar
of zijn leven dagelijks calcium en vitamine D tabletten moeten innemen.
Er bestaat tevens een heel klein risico dat (ondanks een ervaren chirurg)
tijdens de operatie de zenuwen die de stembanden verzorgen worden geraakt
(dit gebeurt echter zelden). Dan ontstaat er een hese stem, wat gelukkig
meestal van tijdelijke aard is.
Na de operatie houdt de patiënt littekens van de operatie in de
hals. Deze verdwijnen soms in de natuurlijke huidplooien en kunnen
na verloop van tijd minder zichtbaar worden (verschilt per patiënt).